zondag 20 september 2009


Kaarsen maken

Je neemt een pan waar je de waskorrels in doet. Deze pan zet je in een pan water op het vuur (dus de was niet rechtstreeks op het vuur smelten). Zodra de was vloeibaar is, doe je er de kleurstof bij en roer je met een spatel of een houtje, zodat de kleurstof goed gemengd is met de was.
Het lont rijg je door de mal. Dit kan als volgt: je maakt een dubbel knoopje aan het einde van een lont, en dompel dat knoopje een keer in de was. (Door het knoopje eerst in de was te dompelen, sluit het gat van de mal mooi af, als je dat niet doet, dan heb je kans dat de vloeibare was uit de mal loopt. Je kunt het gat ook afdichten met zgn. lekstop (dat is een soort kneedgom).
Vervolgens rijg je het lont door de mal en span je het lont door bovenaan de mal een houtje, dikke naald of satéstokje dwars bovenop op de mal te leggen en het lont daar omheen te knopen, of de naald door het lont heen te steken.

Zodra de was en de kleurstof zijn gesmolten, giet je de was in de mal. En dan is het wachten tot de kaars afkoelt en stolt, je zult zien dat er dan een gat ontstaat in het midden, het zgn. krimpgat. Dit gat moet je regelmatig volgieten met was. Het is dan ook het beste om een paar gaten te prikken rond het lont (niet helemaal tot op de bodem van de mal, anders zie je die gaatjes later terug aan de bovenkant van de kaars, is ook zonde). Door die gaten te prikken voorkom je dat er luchtbellen in de kaars ontstaan. Bij het laatste krimpgat, knip je de lont af en giet je de kaars voor de laatste keer af. En daarna kun je hem uit het mal halen.